Breinhart gaat over de connectie tussen brein en hart.

Breinhart beschrijft hoe verschillend hoofd en hart ingebrachte informatie verwerken.

Echt fijn, dat je wilt weten waar die connectie van brein en hart naar toe kan leiden!

Je gaat in het boek lezen over hoe dat je gaat ondersteunen bij de overstap die voor de deur staat. We gaan leren om voornamelijk te manifesteren vanuit het hart, waarbij het brein een ondersteunende rol krijgt toebedeeld. Nu is dit nog andersom.

De connectie tussen het brein en het hart is een levend wonder. In het lichaam hebben ze een volledige samenwerking waardoor hun eigenheid opgaat in het totaal. En toch… als we meer gaan begrijpen over de tegelijkertijd van hun taken in het lichaam en de geest… én in de ziel dan wordt het wonder nog groter.

Volledige samenwerking met behoud van eigenheid is iets wat ons hart en brein zonder problemen tot stand brengen. Wij, als mensen, doen hier ook ons best voor. De natuurkunde leert ons dat atomen moleculen kunnen vormen, die op hun beurt cellen kunnen vormen, die op hun beurt organen kunnen vormen, die op hun beurt wezens kunnen vormen, die op hun beurt gemeenschappen kunnen vormen, die op hun beurt volken kunnen vormen, die op hun beurt één mensheid vormt. Met de laatste stap hebben we vreemd genoeg nog de meeste moeite. Daar waar het meervoud enkelvoud wordt.

Verbondenheid

Verschillende delen die samen een geheel vormen is de normaalste zaak van de wereld. Meervoud dat enkelvoud wordt is eigenlijk heel gewoon. Alle delen doen – of ze er bewust van zijn of niet – op ieder moment mee in het geheel en hebben een eigen taak in verbondenheid. Alles wat bestaat, heeft bestaan en nog gaat bestaan doet hierin zelfs mee.

Of delen samenwerken of elkaar tegenwerken is nu even onbelangrijk. Op beide manieren doen ze immers mee in het totaal. De onderlinge uitwerking van samenwerken of tegenwerken is wel anders.

Op lichamelijk gebied weten we dat onze lichaamsdelen verbonden zijn in één lichaam. In dat ene lichaam zijn lichaam en geest ook als een eenheid verbonden. Er bestaat bovendien nog de ongeziene ziel, die een belangrijke taak vervult in dat lichaam. De ziel is het deel dat de verbondenheid als een evolutionaire kracht weet in te zetten. Zodat we als mens samengaan met een ander mens. Zodat mensen samenwerken in een bedrijf. Zodat mensen zich verbonden voelen met een stad, met een land, met een continent. Er bestaat altijd wel een overkoepelende verbondenheid.

Verbondenheid is een evolutionaire kracht

Een zaadje groeit uit tot een boom als de voorwaarden voor doorgroeien voldoende blijven. De kiemkracht van het zaad wordt leven in ontwikkeling. Een zaadje lijkt wel wat op een ziel. Het zaadje heeft net zoals een ziel de kracht om kiemkracht om te zetten in levenskracht.

De ontwikkelingsexplosie van kiemkracht brengt groei teweeg. Groei die naar ver-wachting op den duur over zal gaan in bloei. Groei gaat het vloeiendst wanneer de voorwaarden tot ontwikkeling aanwezig blijven. Zolang er leven in ontwikkeling is, zijn ook de voorwaarden aanwezig die de groei mogelijk maken. Doorgroeien in een menselijk leven is meer verbonden met de geest dan met het lichaam. Het lichaam vernieuwt zich op celniveau. De geest blijft zich ontwikkelen. Gedachten en gevoel vormen samen de geest in de mens. De mens kan hierdoor nadenken en gevoelens tot uiting brengen. Gedachten en gevoel construeren iedere dag groei. Deze groei wordt beleefbaar gemaakt door het brein en het hart.

Van een zaadje tot een boom en van een baby tot een wijs mens. Groei, ontwikkeling, verandering en overvloed. De natuur biedt zoveel voorbeelden waarin dit zichtbaar is. Bovendien wordt er een groei, ontwikkeling en verandering zichtbaar via de seizoenen. Ze vormen zich om tot cycli. Het vormen, kleuren, verkleuren en afvallen van de bladeren aan de bomen laten de karmische werking van de natuur zien. De natuur kent talloze cycli van geboorte, groei, bloei en loslaten. Bij de boom blijven de takken en de stam staan als bewijs van de nog steeds bestaande levenskracht. Het zijn de bladeren die een snelle cyclus vormen.

Bij de mens is de groei in verandering te ervaren als de uitkristallisatie van gedachten en gevoel in het lichaam. Iets wat vanzelf zichtbaarder wordt in het lichaam naarmate de geleefde tijd groeit. Deze uitkristallisatie wordt gedeeltelijk overgedragen op een nieuwe spruit via het doorgeven van informatie. Dankzij het overdragen van denkwijzen en emotionele beleving ontvangt de baby en het kind conditionering. Belevend erven is wat gebeurt.

Een baby is als een nieuw blad aan eenzelfde (stam)boom. Hierdoor krijgt dit wezentje karmische werking te beleven. Karma is het erven van informatie. Een nieuweling wordt ingebed in bestaande uitkristallisatie, maar heeft wel een eigen kiemkracht. Daar heeft de ziel het leven immers voor aangemaakt. In ieder leven zit aanvraag voor eigen beleven en ervaren. Dit heeft te maken met de zielsbedoeling. Daarnaast brengt de levenskracht openheid voor groei, en die groei leidt vervolgens weer tot een eigen uitkristallisatie. Er bestaat verbondenheid van ziel, lichaam en geest. Dit wordt door het karma aan elkaar geknoopt.

De ziel geeft kiemkracht aan een nieuw leven mee, waarmee een menselijk wezen deze energie gebruikt om lichaam en geest te ontplooien en zichzelf zo volledig mogelijk uit te kristalliseren. In die mens vormen het brein en het hart de batterijen voor de uitkristallisatie. De rest van het lichaam heeft een ondersteunende rol en geeft verduidelijking wanneer dat nodig is. Het brein en het hart vormen samen een drie-eenheid in het menselijk lichaam.

Ze vormen de karmische drie-eenheid van lichaam, geest en zielsbedoeling. In de drie-eenheid bestaat de verbondenheid van de ziel in de zijnswijze van het wezen. Het wezen is immers het directe gevolg van de kiemkracht. Het wezen vormt een ontvangend bewustzijn om deel te gaan nemen aan de ontplooiingen van lichaam en geest. De ziel brengt hierin de zielsbedoeling tot leven en gebruikt karma als middel voor de verwerkelijking ervan in de materie.

 

Een kort overzicht van enkele van de vaak gebruikte begrippen in het boek:

Het Lichaam: Het lichaam heeft als opslagplaats van verwerkte en onverwerkte informatie de mogelijkheid om te laten zien wat er aandacht verdient. Het lichaam is altijd een eerlijke vertaling van de aanwezige energie in de stof.

De Ziel: Van oorsprong is ziel volkomen liefde en potentie. Pure liefde is trillingsvrij en on-aantastbaar. Ziel is in staat om zowel kosmisch groot als klein te zijn op hetzelfde moment. Ziel is trillingsvrij en komt voor een deeltje in trilling doordat ziel het leven inzet als fenomeen om ervaring te genieten. De ziel voedt het leven onophoudelijk met zichzelf.

Het Leven: De essentie van leven is het vermogen om trilling te koppelen aan materie en aan geest, met instandhouding van de trillingsvrije ziel. Leven is een vermogen van de ziel. De ziel heeft het vermogen om zichzelf via leven = trilling = vibratie = beweging te koppelen aan het Zijn.

Het Zijn of de zijnsenergie: De zijnsenergie is de “lijm” tussen lichaam, geest en ziel. Het bevat alle frequenties die door het lichaam in gebruik genomen zijn.

Energie: Energie heeft net als ziel het vermogen om in trilling te komen. Energie in werking bestaat uit trilling. Energie in werking kent onmeetbare mogelijkheden om zich uit te drukken. Energie in werking heeft de vrijheid om trillingen te produceren al naar gelang de aanvraag. Energie voegt zich naar de ziel, naar de geest en naar het lichaam, zodat iets kan manifesteren maar ook kan oplossen.

Energieën: De ongelooflijke hoeveelheid variaties in trilling die een levend wezen aangeboden kunnen worden waarbij “het besturingssysteem” van dat wezen de opname en uitwerking bepaalt.

Het Ego: De behouder van de energie die tijdens de carnatieperiode van de ziel door een lichaam stroomt. Het ego verzamelt alle ervaringen die opgedaan worden voor eigen gebruik. Het ego bestaat in een bewuste, onderbewuste en onbewuste vorm.

Het Wezen: Energie die vanuit de ziel wordt aangedragen om de zielsbedoeling tot uiting te brengen. Het wezen bevat de authenticiteit die karma mogelijk maakt.

Karma: Karma is belevend erven. Karma wordt ondersteund door ziel, geest en lichaam.

Zielsbedoeling: Daar waar de ziel het leven voor heeft aangemaakt. Er zit aanvraag voor beleven en ervaren in. De ziel weet hoe deze te genieten. De ziel is een verzamelaar van ervaringen, niet gehinderd door enige chronologische volgorde.

De Geest: Voor het doorgronden van geest is een chronologische opbouw essentieel.

Geest is het vermogen om eigenheid aan te brengen in alles wat er beleefd en waargenomen wordt. De geest wordt zowel door het ego als door het wezen gebruikt.

Geest gebruikt onderscheid tussen “licht en donker”, is zelf echter géén polariteit.

Polariteit: Een deel van de geest om chronologische opbouw te kunnen realiseren waarbij beleven van onderscheid en afwisseling de mogelijkheid brengt tot structureren.

Het Brein: Alles wat te maken heeft met informatieverwerking in de hersenen. Alle gegevens die aangeleverd worden, zowel die vanuit het innerlijk als vanuit de omgeving van het lichaam krijgen betekenis via het brein. De zintuigen zijn de voornaamste aandragers van informatie.

Het Hart: De ziel geeft informatie over de zielsbedoeling via het wezen aan het hart. Het verstaan van deze informatie-zonder-zintuigen start het hart op als het centrum van het Zijn. Het hart is een centrum voor het wezen om de wezensenergie zichtbaar te maken.

In het boek worden de begrippen steeds verder uitgediept.

Het boek heeft vijf delen:

In het eerste deel worden processen die hoofd en hart gebruiken in het kort beschreven. Ieder proces vertegenwoordigt een bepaalde werking. Het zijn allemaal processen waar zowel het brein als het hart mee te maken hebben. Zoals iets vanuit je innerlijk naar buiten brengen. De processen gaan een heel leven mee en zullen zich door groeiende beleving steeds verder ontplooien. Steeds meer ervaring opdoen in hetzelfde helpt om de diepgang van een proces te beseffen.

In deel twee wordt de brein- en egozijde beschreven van deze processen. Met andere woorden: hoe het ego de processen gebruikt om zichzelf te versterken. Het helpt je om in te zien hoe de betekenisgeving van het brein belangrijk is voor de bewustwording.

In deel drie wordt de hartekant van dezelfde processen beschreven. Dan verschijnt er totaal iets anders. Zeker wanneer het hart de wezensverbinding beleeft. Het hart kan het wezen ontvangen en dan herken je de werking van het diepere bewustzijn. Het brein is er voor de bewustwording en het hart is de bron voor het bewuste zijn. Door de bewustwording en het bewuste zijn tijdelijk op te splitsen, wordt het vanzelf duidelijk hoe verschillend brein en hart omgaan met dezelfde processen.

In het vierde deel worden de processen in hun energetische essentie uitgelegd. Ego en wezen zijn dan intussen gekende termen. Zodat je alle verstrengelingen tussen brein en hart kunt herkennen bij jezelf en bij anderen. Verstrengelingen in brein, ego, hart en wezen maken het innerlijke beleven onduidelijk. Herkennen van de energetische essentie, welk deel wat doet en bijdraagt wordt verder uitgewerkt.

Het vijfde deel gaat over het oplossen van de verstrengelingen. Hoe je je kunt losmaken uit het onbewust prooi zijn in een vermenging. De knopen uit de verstrengelingen halen ondersteunt ten volle het bewuste zijn. Een sterk groeiende bewustwording als gevolg van het oplossen van een vermenging vormt jouw bijdrage aan de evolutie.

Meer begrippen:

Brein: Het brein is verbonden met het zenuwstelsel en ontvangt alle signalen van de zintuigen uit de buiten en binnenwereld. Het brein doet zijn uiterste best om aan zoveel mogelijk signalen betekenis te geven. Deze betekenis wordt vertaald in chemie die gevoelens en gedachten creëert in het lichaam. In het lichaam wordt de betekenisgeving beleefd als ego-energie.

Ego: Dit is de energie die alles wat er beleefd is zo veel mogelijk in het lichaam opgeslagen wil houden. Zodat het voor betekenisgeving herge-bruikt kan worden. Het ego is de energie die kiest en wil. Bewust of niet. Vrijwillig of niet. Het ego beleeft zichzelf als individuele persoonlijkheid.

Geest: Alle gedachten en gevoelens die er maar mogelijk zijn heten bij elkaar geest. Geest bestaat om de mens te leren omgaan met gedachten en gevoelens. Geest wordt gebruikt door het brein, het ego, het wezen en het hart. Geest is onstoffelijk, maar wordt dankzij het ego in de stof opgenomen. Gedachten worden ook wel het verstand genoemd en ze komen vaak uit het onderbewuste ego. Denken is een zaak van het bewuste ego. Gevoelens kunnen alleen voelen, ze kunnen niet denken. Gedachten en denken associëren we met het brein. Gevoelens noemen we soms emoties, maar emoties zijn een zaak van het ego. Het ego is dat deel in ons dat het meeste lawaai maakt in geest. Gevoelens kunnen via het hart, het wezen en het brein en het ego zichtbaar gemaakt worden dan wel inwendig beleefd worden.

Wezen: Het wezen is verbonden met de zielsbedoeling en zal zich met een onhoorbaar stemmetje melden via de geest in de vorm van onbe-stemde gevoelens en plotselinge gedachten. Ideeën komen meestal ook uit het wezen in de hoop gehoord te worden door het ego. Het wezen leert je spreken in het basisgevoel van vertrouwen. Het wezen is altijd ondersteunend. Het is de ware aard van het beestje.

Hart: Het hart is vaak ondersteunend aan het wezen en geeft op geheel eigen wijze signalen die zich ook vertalen in gedachten en gevoelens. Ook deze gedachten en gevoelens worden door het lichaam beleefd.

Het hart produceert gevoelens tussen samengaan en gescheiden worden. Het hart zoekt altijd naar verbinding. Verbreekt een verbinding of zou het kunnen zijn dat de verbinding ooit verbroken gaat worden dan is er vrees in het hart. Het hart legt graag permanente knoopjes.

Grondtonen: Grondtonen zijn een soort van constant aanwezige achter-grondruis. Zij zorgen voor een onderstroom, die uit angst of twijfel of vertrouwen bestaat. Eén van de drie is aanwezig, al kan het razendsnel veranderen. Dit beïnvloedt je onbewust. Een grondtoon is een onder-stroom van onafgebroken gevoelsaanwezigheid, die in het bewustzijn los kan staan van wat er in het ‘hier-en-nu’ gebeurt.

Zielsbedoeling: De bedoeling van de incarnatie is om bepaalde ervarin-gen op te doen. De ziel is hier wetend in, de persoonlijkheid niet. Het wezen ontvangt steeds een stukje zielsbedoeling, zodat het de juiste weg kan blijven bewandelen.

Zielsbezit: dat wat er daadwerkelijk tot in de extremiteiten beleefd is met behoud van het centrum.

Zielsenergie: Deze energie heeft het vermogen zich te ontplooien in tijd en ruimte en het is de energie die gevoed wordt door de lichamelijke en geestelijke energie. Het heeft nog een eigen zeggingskracht en wel de kracht van oneindigheid.

De werking: Werking is er om de ziel bewust te maken van mogelijkhe-den. De werking bestaat uit trilling. De werking heeft de volledige tril-lingsvrijheid om iedere mogelijke trilling tot stand te brengen. Deze energie is splitsbaar en ieder deeltje blijft deel uitmaken van het geheel. De werking omvat alle werelden van respect in aanwezigheid van zijn.

Trillingsvrijheid: Trillingsvrijheid is de vrijheid om alle mogelijkheden in trilling te kunnen inzetten voor beleving. Het lichaam beleeft deze trillingen als energieën. Trillingen worden via de geest omgezet worden in zien, horen, voelen enz.

Interactie: Alle informatie die van persoon naar persoon uitgewisseld wordt, laat in beiden een residu achter. Er worden reactieketens gevormd door het ego die kunnen blijven bestaan en zelfs ieder moment nieuw leven ingeblazen kunnen krijgen. Dit vormt interactie. Interactie vormt reactieketens, die de informatie koppelt aan gedachten en gevoelens. Reactieketens kunnen gemakkelijk verstrengeld raken door informatie-uitwisselingen met andere personen.

Het geweten: Dit is een zielskwaliteit die door het wezen beleefd wordt. Het geweten is de opslagplaats van eerdere ervaringen van wezens, die verbonden zijn met de huidige incarnatie. Het geweten brengt het ‘weten’ voort. Je ‘weet’ iets zonder dat je gegevens hebt die het weten kunnen staven.